Berastagi
17 juli 2019 - Tuk Tuk, Indonesië
Gisteren en eergisteren zijn we in Berastagi geweest. Een stadje midden in Noord Sumatra. Er zijn daar 2 vulkanen, 1 hele actieve (Sinabung) en de Sibayak. De eerste is 9 juni jl nog uitgebarsten, de 2e is sinds 1881 niet meer actief. Na een vreselijke autorit met een oude taxi-chauffeur die natuurlijk gewoon over Medan reed, kwamen we na ongeveer 4 uur aan. Over de nieuwe weg zou 2 uur geduurd hebben. Maar zo gek als de eerste chauffeur hier reed, zo langzaam reed deze. Berastagi ligt wat hoger, dus we zijn in de 1e versnelling met een gangetje van ca. 18 km per uur (lang leve maps.me) de berg opgereden. We werden zelfs ingehaald door scooters. Enig moment vond Taco het achterin allemaal te krap worden, vond dat Luuk te breed zat en ging ruzie maken. Maar die tumult achter in de auto maakte de chauffeur nog zenuwachtiger. Hij zat met z’n rug kaarsrecht en zijn neus tegen de voorruit gedrukt op de weg te turen. We kwamen in de verleiding om het stuur van hem over te nemen. Het landschap was mooi, volop landbouw (akkers vol met koffie, kolen, mais, prei, bananen en mandarijnen). Alles wordt hier nog met de hand bewerkt. Welgeteld 3 tractors tegengekomen. Velden vol met vrouwen, mannen weinig te vinden. Ook hadden we een fantastisch beeld op de Sinabung vulkaan. Maar telkens als we onze telefoons pakten om een foto te maken, stopte de chauffeur en wilde dan dat we uit de wagen gingen om een betere foto te krijgen. Hij was op zoek naar pauzes denk ik. Maar wij wilden door! Op het laatst durfden we gewoon geen foto’s meer te maken uit angst dat hij weer zou stoppen. In Berastagi aangekomen moesten we onze homestay nog vinden (we zouden bij mensen thuis gaan slapen). Maar onze chauffeur kent daar natuurlijk geen heg of steg. We hebben onze maps.me weer aangeslingerd en hem getoond hoe hij moest rijden. Het leek werkelijk of hij nog nooit een routeplanner op een telefoon gezien had. Al door elkaar schreeuwend dat hij links, rechts en rechtdoor moest, zijn we er gekomen.
De homestay werd gerund door Kees (Keasa) en zijn vrouw en dochter. Het bleek allang geen kamertje in zijn huis meer te zijn, maar er werd serieus een soort van hotel aan zijn huis gebouwd. Fijne kamers en een goede uitleg. Hij werkt nl bij het toeristenbureau in Berastagi. Wel pal naast de omroeper van de Moskee. Dus ik had oordopjes gekocht. Ik was de enige die die dingen heeft ingehad. En wie werd er om 5 uur in d ochtend wakker van de omroeper? Juist ja, alleen ik dus, de rest sliep er zonder oordoppen dwars doorheen.
We zijn naar de fruitmarkt gelopen en ‘s avond hebben we heerlijk gegeten bij de stalletjes in de hoofdstraat. Ik geloof dat iedereen wel 3 x een portie saté heeft besteld. Daarna wilde Richard nog even een biertje drinken bij een barretje. Nadat we zaten, zei de ober dat ze geen bier hadden. Maar we hadden een koelkast gezien vol bier, hoe dan?! Bleek de broer van de eigenaar de sleutel van het slot van de koelkast per ongeluk meegenomen te hebben. Dat werd dus geen biertje drinken. Dan maar een heerlijk kopje Sumatraanse koffie (die wordt hier dus vers geplukt, gedroogd en gebranden). Biertje in een toko gehaald en op de kamer opgedronken. Kees verwachtte ons om 21u weer terug, want dan zou hij ons het programma van de andere dag uit leggen. Handig zo’n gids ;-).
De meeste toeristen beklimmen een vulkaan bij zonsopkomst, dus dan loop je in het donker (lees 4 uur in de ochtend) de vulkaan op en dan wacht je daar tot de zon opkomt. Aangezien wij zo’n excursie ooit al eens gedaan hebben in Indonesië en dat niet heel erg fantastisch hadden gevonden, bedankten we daarvoor. De hele weg naar de vulkaan zou ongeveer 3 uur duren, maar je kunt ook met een minibusje naar de ingang rijden en vanuit daar een tocht van 1,5 uur omhoog klimmen. Wij kiezen na onze jungletocht dan maar voor dat laatste. We moeten water en koekjes meenemen, want er verdwijnen nog wel eens mensen volgens Kees die ook in het plaatselijke reddingsteams zit. De laatste is in 2018 verdwenen, die is na 7 dagen dood teruggevonden. Klinkt allemaal vreselijk spannend, maar achteraf valt het allemaal hartstikke mee. De tocht is best pittig, met name het 1e deel over de steile asfaltweg, maar de natuur is weer helemaal mooi, dus we vervelen ons niet. Luuk rent de weg bijna omhoog, zo graag wil hij een echte vulkaan zien. Wij kennen de Bromo en Tenerife, die herinnerden wij ons als zwart en grauw. Maar de weg op deze vulkaan is echt mooi, vol met mooie planten en bloemen. De stenen lijken zo af te kunnen breken, bestaan meer uit kalk en klei dan uit harde keien. Helemaal bovenaan gekomen, zien en horen we geisers (net of een fluitketel staat te fluiten bij kokend water). Verder gele gaten met zwavel. Maar het krakergat is enorm groot, er ligt een soort van strand in met een klein beetje water. Taco had kolkende lava verwacht, maar niets van dat al. Hij is volledig gedesillusioneerd. Hij wil het liefst die andere vulkaan nu nog gaan beklimmen. Richard en Luuk hopen ook nog dat er meer te vinden is, maar helaas de witte rook die van achteraf de berg op komt, blijken gewoon wolken te zijn die tegen de berg op botsen. Ach ja, dit gevoel hadden we destijds bij de Bromo ook, ben dus blij dat we hier niet om 4 uur ons bed voor uitgegaan zijn. Blijft wel een mooie tocht.
Hierna gaan we op zoek naar de hotsprings, heetwaterbronnen die verwarmd worden door de vulkaan. We lopen bijna een uur door de jungle en langs de akkers. We zijn de enige die daar lopen. Per slot van rekening komen we ook nog in een flinke onweersbui terecht. Kletsnat komen we aan bij een stel zwembaden, met glijbaan en al. Waar zijn de hotsprings? We hadden mooie natuurlijke baden verwacht midden in de jungle. Maar niks van dit al, het lijkt de oude Banakker wel in al z’n vergane glorie. Luuk is teleurgesteld, wil niks meer. Maar wij zijn koud en nat van de onweersbui, dus we stappen dan toch maar in de warme baden. En die zijn heerlijk. Ze stinken natuurlijk naar zwavel en er drijft vanalles in. Ik kan natuurlijk niet in mijn bikini tussen al die hoofddoekjes gaan zitten, maar daar was ik al voor gewaarschuwd, dus hop met korte broek en shirt zo het water in. Al die mensen lachen en naar ons kijken, ze zien maar weinig toeristen daar. Uiteindelijk krijgen we Luuk ook nog zo ver om toch in het water te komen. Hij vindt die van 50 graden het lekkerst, maar daar kom je als kreeft uit. Zelfs de glijbaan wordt zonder water uitgeprobeerd, toch nog lol daar.
Aangezien Taco gisteren in onze privé taxi nogal had zitten klagen over de ruimte, hadden we samen met Kees bedacht dat we het beste met de public bus terug konden reizen naar Berastagi, dan kon hij zien hoe de meeste toeristen en bewoners hier moeten zitten. We begonnen heerlijk met z’n 4-en in het busje, roze bekleding, keiharde muziek en televisie aan, ledlampjes, we waanden ons heel even in zo’n luxe limousine. Maar bij iedere stop kwamen er meer mensen bij en hoe ruim we eerst zaten, des te krapper werd het in het busje. Op het laatst zat Taco volledig ingeklemd tussen Luuk en een man, die volgens hem nog volop ruimte had, maar ja, hoe ging Taco dat aan hem uitleggen. Het was heel stil bij Taco, zijn we niet van hem gewend ;-).
’Savonds weer heerlijk gegeten, nu in de bar waar de bierkast weer geopend bleek. Maar we waren voorbereid, we hadden op aanraden van Kees ergens in een toko een fles wijn gescoord, die we daar gewoon konden opdrinken. Dat de hele stad op zoek moest naar een flessenopener doet niet veel af aan de lol, we hebben een heerlijk wijntje gedronken, duurder dan 2 dagen eten. Daarna nog even een koffie gedronken en weer terug naar huis. We hebben Taco nog even gevraagd of hij morgen met de public bus naar het tobameer wilde, maar hij gaf aan dat hij dat nooit meer zou doen, of Luuk zou maar naast die wilde mensen moeten gaan zitten. “ wilde” mensen, ha ha, fantastisch hoe hij het hier blijkbaar ervaart.
In de ochtend om half 7 eruit en toch maar weer met een taxi naar het tobameer. Kost ongeveer 42 euro voor een rit van 4 uur, dus die luxe permitteren we ons dan maar. Ook deze keer weer zo’n slome taxichauffeur, er stond 1,5 uur voor, maar we hebben er uiteindelijk 3 uur over gedaan. Toen nog een uurtje met de ferry, die ons tot aan ons hotel bracht. Nu zitten we heerlijk in ons hotelletje met zwembad aan het Tobameer. Even een paar dagen rust.
PS: er blijven aardbevingen te zijn in Bali en tsunami-waarschuwingen voor andere gedeelten van Indonesië, maar wij zitten dus midden in Sumatra en hebben (vooralsnog) nergens last van. Aan de kust komen wij voorlopig nog niet en we zijn al weer een heel eind van de werkende vulkaan af. Natuurlijk kan ons altijd iets overkomen (juist ons), maar tot op heden is het hier nog rustig. Dus maak jullie vooral geen zorgen ;-)
Foto’s
1 Reactie
-
Caroll:17 juli 2019Heel leuk om jullie avonturen zo mee te lezen!

