Bukittingi (padang)
22 juli 2019 - Padang, Indonesië
Na een zeer relaxte vlucht (vertrek zou om 15.05 uur zijn, maar omdat iedereen al aan boord was, vertrokken we een kwartiertje vroeger...) kwamen we aan in Padang. Snel een taxi geregeld en hup op weg naar Bukittingi. En weer met die maps.me in mn hand zien dat de chauffeur een leuke andere route uitvoerde. Geen probleem, genoeg te zien onderweg, we hoeven vandaag nergens anders meer naar toe, dan naar onze nieuwe bestemming. Ook hier weer temidden van 2 grote vulkanen, maar die gaan we niet beklimmen. Waarom we hier zijn? Om de evenaar te gaan bekijken, de Harau Vallei en de Raflesia, de grootste bloem ter wereld. Staat gemiddeld maar 7 dagen in bloei, dus de kans dat je m gaat zien is zeeer klein. Maar Belgen die wij in Berastagi hebben ontmoet hebben m alleen in knop zien staan, dus we kunnen geluk hebben.
Na wederom een autorit van 4 uur stopt de chauffeur in het pikkedonker aan de kant van een zeer rustige weg. Hieronder is jullie hotel, de rest van de weg moeten jullie zelf rennen. Ik kijk op mn maps en ik zie toch echt dat de ingang ergens anders is. Maar nee, hij meent het, hier moeten jullie eruit. Luuk pakt z’n rolkoffertje en schiet meteen 20 meter de diepte in (over een hobbel de knobbel weg). Wat als het hotel er niet is, we staan hier midden in de jungle! Maar ik zie nog wel een bordje waarop het hotel vermeld staat, dus zou het dan toch goed zijn? Ook wij nemen onze koffer en rennen dus letterlijk achter onze koffer aan naar beneden. Maar gelukkig herken ik onderaan de contouren van het hotel. Net zoals aan het Tobameer worden hier de huizen gebouwd op de Batak-manier, die jullie allemaal kennen van de ingang van de Efteling. Ons hotel zou er ook zo uitzien en ik kon me nog wel de reviews herinneren dat meerdere mensen klaagden over de entree.
Aangekomen worden we verwelkomd door een gebrekkig Nederlands sprekende Indo en toch wel een aantal Nederlandse toeristen, zelfs met kinderen van onze leeftijd. Het is goed gekomen! Dat is nadeel van aankomen in het donker, je weet niet waar je bent, je ziet geen omgeving. Vind ik zelf altijd heel vervelend. Maar we krijgen te eten en we hebben 2 mooie kamers, dus we zijn weer blij.
Die avond kletsen we wat met een gezin uit Hilversum, 2 meiden van 12 en 15 en een jongen van 10. Allemaal dezelfde indrukken, overal op de foto, aangeraakt worden etc etc. Zijn ook al op een aantal dezelfde plekken geweest, dus we hebben lol samen. Richard drinkt zijn biertjes iets sneller dan de andere vader, dus die hangt er al snel redelijk dronken bij. Laat maken we het daardoor niet, want om 22.00 uur vindt die moeder het wel welletjes, zeker nu de gesprekken steeds luidruchtiger en de verhalen steeds sterker worden. Altijd gezellig om andere mensen te ontmoeten ;-).
De eerste volle dag doen we een tocht over een redelijk lege rivier door een vallei, wat een pracht plek blijken we te zitten. In het regenseizoen is de rivier volledig hoog, maar nu hebben we maar een beetje water. Hoe erg is het dan om te zien dat het hele dorp dat bovenop de vallei woont zijn vuilnis gewoon de rivier in kiept. We lopen op een vuilnisbelt in een schitterende natuur. Het is gewoon vreselijk om te zien hoe ze hier in Azië met vuilnis omgaan. Alles wordt gewoon de natuur in gekieperd, of ze steken het in de fik. Volgens onze gids heeft de overheid nu wel boetes voor dit soort zaken, maar het oude vuilnis blijft gewoon liggen. Als het hele dorp een weekend aan de slag zou gaan om alles op te ruimen, zou het zoveel beter zijn. Je snapt dit gewoon niet.
We lopen over stenen, door de rivier tussen de vallei in. Ook hier zijn de stenen gewoon zacht en breekt er dus regelmatig een deel van de vallei-wand af, het in eigenlijk niet zonder gevaar lopen hier. Maar de meeste erosie schijnt in het regenseizoen te gebeuren en dat is het nu niet. Einddoel van deze wandeltocht zijn de vliegende honden. En die zien we, het lijkt wel of de gids een knop heeft omgezet waardoor ze beginnen te vliegen. In werkelijkheid is hij een kwartiertje verder dan ons doorgelopen en heeft allerlei geluiden gemaakt, waardoor ze wakker zijn geworden. Maar wat een fantastisch beeld. Deze vliegende honden hebben een spanwijdte van ca 80 cm. Hoog in de lucht zie je soms de zon door hun vleugels schijnen waardoor die roodachtig lijkt. Batman 2.0
Hierna lopen we een stukje terug om vervolgens via een vreselijk paadje van nog geen 30 cm de valleiwand op te klimmen. Ik vraag me toch echt af waarom we hier telkens in verzeild raken. Er is geen pad, maar de gids maakt zelf een pad, zo tegen de steile wand omhoog. Een half uur klimmen, dan door de jungle en daarop komen we op een soort van weiland met 2 buffels aan. Even uitrusten dus. Daarop komt er een heel oud mannetje aangelopen met een heel groot kapmes en zijn handen vol met grote ringen en edelstenen. Wat een mooi figuur. Taco dacht daar anders over. Hij staat op en komt heel nonchalant even tussen mij en Richard in zitten. Ben Je bang voor deze wilde man Taco? Nee, ik kom gewoon even bij jullie zitten. Hilarisch.
Hierna worden we een zilverdorpje mee in genomen, in Nederlandse stijl gebouwd en daar maken ze zilveren sieraden. Daarna nog een tocht van een paar uur door de rijstvelden. We leren hoe deze rijst groeit en gedroogd wordt. Voor een paar cent hebben ze hier 10 kg rijst. Wij eten thuis vaak Padang-rijst, maar volgens de gids wordt er in Sumatra bijna niks ge-exporteerd, dus dat is allemaal nep... We blijven lopen, steken nog 2 x de rivier over, waarbij ik natuurlijk weer uitglij over de stapstenen. Ik wordt er weer flexibel van en mijn blauwe plekken stapelen zich op. We eten bij het restaurant van onze hoteleigenaar (hij heeft een vrouw in Leiden, woont 2 maanden in Sumatra en 1 maand in Nederland). Eerst had hij zijn hotel op deze plek aan de rivier, maar omdat daar de toeristen in bikini in gingen, had de moslim-bevolking geklaagd bij de overheid. Nu kun je er alleen nog eten en woont zijn personeel in de kamers. Na het eten worden we met de auto opgehaald, de gids ziet het niet meer zitten om nog 2 uur met mij door te lopen (..). Terug bij het hotel hebben we nog fut over, dus we beklimmen de panorama-toren van Bukittingi. Taco blijft in het hotel, want die heeft buikpijn, dan is het fijn dat de eigenaar zelf ook 2 zonen in Nederland heeft van 15 en 11. Voelt toch net iets veiliger om hem daar alleen achter te laten. (Taco wil nog even vermeld hebben dat die oudste zoon aan Holland Got’s Talent mee heeft gedaan als freerunner...). De toren is weer een attractie op zich, de weg ernaar toe volop apen die op een paar centimeter afstand van je meelopen. En dan de toren zelf, natuurlijk zijn door ook Sumatraanse jongeren en ja hoor, we gaan weer op de foto en er wordt volop Engels tegen ons geoefend. Het hele vraaggesprek met ons wordt gefilmd, wat hebben ze daar nou aan?! Na de toren gaan we ook nog de Japanse tunnels in. Deze zijn in de 2e Wereldoorlog gegraven door de inwoners hier in opdracht van de Japanners (doet ons weer denken aan de River Kwai van vorig jaar). Meer dan 100.000 dwangarbeiders zijn hier gestorven, de lijken werden gewoon onderin de grot gegooid waardoor ze opgegeten zijn beesten. De 1400 m lange tunnels vormden een hoofdkwartier voor het leger, er zat een wapenarsenaal in, gevangenissen en slaa-barakken voor de militairen en een een keuken. In Nederland zouden deze tunnels een volwaardige bezienswaardigheid worden, met nagebootste inrichtingen en video’s die alles uitleggen. Maar hier zie je de tunnels zoals ze gegraven zijn, met hier en daar een bordje in het Indonesisch waaruit wij kunnen opmaken dat ergens een munitiekamer was. Gelukkig heeft onze gids vanmiddag al veel uitleg gegeven en snappen we wat we zien. Indrukwekkend blijft het zeker. Ook omdat de aanwezigheid van de tunnels schijnbaar helemaal niet bekend was bij de plaatselijke bevolking. Die dachten dat de Japanners hun bevrijd hadden en pas later kwamen ze erachter dat de Japanners hun nu weer bezetten.
Savonds zitten we nog wat bij het hotel en daar lieten ze ons lichtgevende kevers en wormen zien. En als klap op de vuurpijl hebben ze nog een dode vliegende hond gevonden. Die laat ik even aan mij voorbij gaan, maar Richard is door het dolle heen en maakt er volop foto’s van. Ondertussen krijgt het personeel hier Engelse les, de meeste jongens hebben geen school gehad en de eigenaar probeert ze op deze manier iets bij te brengen. Mooi!
De 2e dag huren we weer 2 scooters en gaan op weg naar Lake Maninjau. Wederom een kratermeer. We zouden de Harau-vallei gaan doen, maar die hebben we al soort van gezien tijdens onze wandeltocht, dus vandaar naar het meer. Over een legendarische weg met 44 haarspeldbochten. En dat waren er toch echt zoveel, ze zijn zelfs genummerd in iedere bocht. We rijden regelmatig achter een Yakult vrachtwagentje met een enorme dieseluitstoot. We halen hem met veel moeite in, maar als we de weg even niet weten, dan komt hij ons weer voorbij. We halen hem weer in. We staan even wat te drinken, waarop Taco aan Luuk vraagt of hij dat Yakultwagentje ook gezien had en op dat moment, horen we toeteren en ja hoor, haalt hij ons weer in. Hij herkent ons en zwaait, later halen we hem nog een keer in. En weer toeteren en zwaaien. Overigens doet iedereen dat hier tegen ons, ze zien hier helemaal geen toeristen. Maar we hebben er zin in, zwemkleren aan, de zon schijnt heerlijk.
Na anderhalf uur scooteren, daar aangekomen, geen zon, maar regen... We eten daar (ik nasi goreng, tis tenslotte de laatste dag van Indonesië), maar de rest eet frietjes. Hoe krijgen ze het verzonnen. We zien nog hoe de eigenaar in de regen in het meer aan zwemmen is met zijn harpoen en er ook werkelijk vis uithaalt. Maar het moet gezegd, we hebben die vis hier al heel veel klaargemaakt zien worden en op markten zien liggen, dat gaat er niet fris aan toe. De vliegen zitten er volop op. Zo ook op het vlees, dat gewoon in hompen op een tafel in volle zon ligt. Ik eet maar zoveel als mogelijk vegetarisch. En na onze vorige reis en mijn 10daagse salmonella vergiftiging sturen we het aa 1 kant gebakken eitje gewoon terug. Maar helaas hebben Taco en Richard toch weer last van reizigersdiarree, dus het is hier met deze hygiene bijna onoverkomelijk.
Onderweg zijn er regelmatig drempels aangebracht in de weg, ik zie er een over het hoofd en Taco en ik worden haast in een verkoopkraampje gelanceerd. We maken er maar van dat we willen tanken. 10 man aan de kant van de weg volgens onze bewegingen: wat gaan ze doen. Maar wij krijgen geeneens onze zittingen geopend en daaronder zit toch echt de tankdop. Deze scooters zijn zo oud, de km-tellers doen het niet en ook de knop om de zittingen te openen krijgen we niet gevonden. Na een tijdje stopt er gelukkig een busje, er stapt een meisje uit dat Engels spreekt en ons komt helpen. Met de sleutel draait ze aan de zijkant de zittingen open. Haar vriend komt ons helpen tanken. Lees: hij pakt een fles benzine uit de kast aan de kant van de weg en gooit deze via een trechter in onze tanks. Daarna kopen we nog wat cascave-chips en we kunnen weer door. Blijft toch echt fantastisch zoals iedereen je hier helpt.
Morgen verlaten we Indonesië en vertrekken we naar Langkawi Maleisië. Ook dit zal weer een lange dag reizen worden. Eerst 3 uur met de auto naar het vliegveld, dan naar Kuala Lumpur vliegen, dan door naar Langkawi. Maar als het goed is, kunnen we dan nog een paar dagen uitrusten in een luxe hotel met zwembad. Hopelijk zit het weer daar wel mee, maar de berichten doen niets goed vermoeden.

